Record Industry Haarlem

"We zijn de grootste van Europa"

altAldus Ton Vermeulen, eigenaar van Record Industry, waarmee ik aan tafel zit voor een interview over de vinylplatenperserij te Haarlem. In 1998 nam hij het bedrijf (voorheen CBS, daarvoor Artone) over van Sony Music, die er wegens het succes van de CD geen brood meer in zag. Maar wat gebeurt er anno nu? Vinyl is helemaal terug. Een geluidsdrager die al ruim 60 jaar oud is! Maar liefst 6000m² beslaat de totale oppervlakte van Record Industry aan de Nijverheidsweg in de Waarderpolder en dat is ruim een voetbalveld. In de hal staan 33 platenpersen te stampen, waarvan er 26 de 12/30 cm lp, 3 de 10/25 cm lp en 4 de 7 45-toeren single uitspuwen, gemiddeld goed voor rond de 30.000 schijven per dag. In de productie werken 30 man en op kantoor nog zo'n 10. Toen Vermeulen de fabriek overnam, hij was met zijn eigen platenmaatschappij klant van Sony, was de wereldwijde vraag naar vinylplaten nog zo'n 250 miljoen stuks per jaar. Na 2000 ging die sterk naar beneden en ligt nu rond de 30-35 miljoen. Logisch dat er in de afgelopen 10 jaar wegens de enorme overcapaciteit een flinke shake-out plaatsvond onder de perserijen en er daardoor meer orders naar Haarlem kwamen. De een z'n dood is de ander z'n brood, zullen we maar zeggen.

Waardoor is die vraag zo teruggelopen? Vermeulen: 10 Jaar geleden was het downloaden van muziek nog geen groot item en moesten de dj's nog werken met draaitafels waarop meestal 12 singles werden gedraaid. Nu is dat anders en werken ze met CD's of vanuit de pc. Dat is meestal goedkoper en ook makkelijker. Dj's zitten vaak in het vliegtuig en hoeven nu geen koffers met platen of CD's meer met zich mee te slepen. Een compacte laptop is alles. Maar gelukkig is de vraag naar mainstream muziek op vinyl (albums van pop en rock artiesten, maar ook 7) sterk stijgend en kruist de neergang van dance'-producten. Een goed teken! In 2008 persten we zo'n 4 miljoen platen, waarvan 3½ miljoen 12 en dat gaan we hoogstwaarschijnlijk ook dit jaar halen'. Optimisme dus.

Back to Black

Wie zijn je klanten en om wat voor materiaal gaat het dat nu op vinyl verschijnt? Vermeulen vervolgt zijn verhaal: Hadden de grote platenmaatschappijen eerder de lp bij het grof vuil gezet, nu ontdekken ze langzamerhand dat deze nichemarkt toch de moeite waard is. Universal bijvoorbeeld is weer 'back to black' en brengt veel materiaal opnieuw uit op vinyl. Ze bestellen dan in porties van enkele duizenden stuks. Maar behalve heruitgaven zoals Dark Side of the Moon van Pink Floyd (alweer vele tienduizenden stuks) is ook het nieuwste album van U2 op lp uitgebracht. Vele grote namen op het Motown label komen nu bij ons weer van de persen. Frappant is dat er ook groepen zijn waar niet eerder materiaal op vinyl is uitgekomen. Nu kun je een lp met nieuwe opnamen van Cuby & The Blizzards of van Normaal kopen. En van de legendarische The Beatles komen er jaarlijks ook nog duizenden van de pers. Daar blijft gewoon vraag naar. De bulk zit natuurlijk in de 12 platen, 10 is een gimmick waar nogal wat promo's op worden uitgebracht en 7 zit duidelijk in de lift. Geen Engelse gitaargroep die zijn muziek niet op 7 vinyl uitbrengt, want je wordt dan gewoon niet voor vol aangezien. Maar ook Nederlandse artiesten zoals Nick & Simon en Janus komen uit op 7. Ook oud repertoire uit de jaren '70-'80. De mensen willen het in hun jukebox hebben of verzamelen gewoon alles wat er van deze artiesten uitkomt. Daarom zijn we van twee weer naar vier persen voor 7 gegaan. Twee daarvan zijn zelfs PLC (computer) gestuurd, een eigen ontwikkeling. Maar ook in het vinyl zelf zit nog steeds progressie. Vroeger hadden we een Franse leverancier, maar doordat zij niet meer de zuiverheid konden garanderen die we nodig hebben voor een kwaliteitsproduct, zijn we naar een Italiaanse en een Nederlandse fabrikant overgestapt. Met name met de Nederlandse, Plastchem in Barneveld, is het prima samenwerken. Ze zitten dichtbij en luisteren goed naar onze wensen. We gaan nog steeds vooruit in signaal/ruisverhouding, dankzij de aanpassingen in de samenstelling van de grondstof die nu zelfs tolueenvrij is. Overigens, er gaat per jaar zo'n 500 ton vinylgranulaat doorheen!

 

Audiofiel

Een segment waar we het nog niet over hebben gehad zijn de audiofiele persingen. Hoe actief is Record Industry daarin? Is mijn indruk juist dat Haarlem daar een beetje afwezig is? Vermeulen gaat er uitgebreid op in. Wij persen wel degelijk voor dat segment. Om je een indruk te geven, er staan constant 10 persen op 180 gram ingesteld. Maar wil je in dit segment wat betekenen dan moet je wereldwijd naamsbekendheid hebben. Toen deze fabriek nog CBS en later Sony Music heette, werd er alleen 'eigen product' geperst, niet voor andere opdrachtgevers. Eigenlijk zijn er maar vier bedrijven die audiofiele platen kunnen persen: RTY in Amerika, Pallas in Duitsland, een perserij in Japan en wij. Dat naamsbekendheid belangrijk is merkt Pallas, dat al 40 jaar zo heet. Maar, met name de USA heeft ons ontdekt en daar komen steeds meer opdrachten vandaan voor hoogwaardige persingen. Wist je dat de vraag naar lp's daar het afgelopen jaar bijna is verdubbeld? Wij denken dat de komende jaren het audiofiele product zeker een groeiende trend zal laten zien. Het is trouwens een wonder dat wij in deze tijd zo'n goede kwaliteit kunnen maken. In vergelijking met een in wezen simpele CD-machine, die zijn eigen kwaliteit controleert, is het platenpersen nog echt ambachtelijk. Buiten het vinyl waar we het al over hadden, is de vervaardiging van de master door de snijmachine, de kwaliteit van de persmatrijzen, maar ook de hoeveelheid stoom, de temperatuur en de druk in de pers cruciaal voor de kwaliteit van het eindproduct. Elk uur gaat er een plaat naar de kwaliteitscontrole en wordt daar beluisterd. Wanneer de kwaliteit niet goed is dan controleren we de oorzaak. Meestal is het de persmatrijs die dan vervangen moet worden. Na hoeveel platen moet dat gebeuren? Dat is verschillend. In de regel pers je 1000-2000 platen van één matrijs. Maar het komt ook voor dat we al na 300 stuks een nieuwe moeten monteren. Dat kan door het snijden komen of dat de groef te diep is. Maar dat is een zeldzaamheid. Ook onze snijtafels zijn steeds beter geworden. We werken nu met de Neumann VMS80 en VMS82, inderdaad, uit de jaren '80, maar up to date gehouden door een specialist uit Engeland.

Even een kritische vraag. Waar wij als popliefhebbers in de jaren '70-'80 niet blij mee waren was de geluidskwaliteit van de in Nederland geperste CBS-platen. Die was nou niet echt denderend, om het maar zacht uit te drukken. Met name de pop titels klonken lusteloos, vlak, met weinig laag en ook soms zelfs vervormd. Een kwalitatieve uitschieter was zeldzaam. Heb je daar een verklaring voor? Vermeulen relativeert: In die tijd moest er in recordtempo productie worden gedraaid als er vraag was naar een grote hit. Waarschijnlijk werd er wat behoudender gesneden om vertragingen in de productie te voorkomen. In die tijd was men ook zuiniger met vinyl en werd op 114 gram gedraaid. Nu persen we standaard op 125 gram en voor audiofiel zitten we altijd op de al genoemde 180 gram. Voor wie? Natuurlijk heb je de oudere vinyl liefhebbers die grijsgedraaid materiaal weer nieuw op de draaitafel willen hebben, de jukebox liefhebbers en de verzamelaars. Maar wat eigenlijk heel leuk is, er is een hele groep jongeren die nog nooit een platenspeler heeft gehad en die nu platen willen draaien omdat ze weinig affiniteit met de CD hebben. Naast het mooie artwork op een 30x30 cm hoes is vooral het fysiek in de hand hebben van de zwarte schijf en het in de groef zetten van de naald een ritueel waar men van geniet. Die groep kan maar beperkt terecht in het circuit 2e hands en wil een nieuwe collectie opbouwen. Je kunt je voorstellen dat het voor een stock manager van een platenmaatschappij heel moeilijk is om in te schatten hoeveel hij moet bestellen. Ze beginnen met een paar duizend en floep, ze zijn in een oogwenk de deur uit en de hele wereld over. In principe leveren we vanaf een oplage van 500 tot zoveel de klant wil hebben. Trouwens, onlangs hebben we de meest excentrieke order uit onze geschiedenis uitgevoerd. Vermeulen houdt een platenhoes omhoog met daarop een impressionistische potloodtekening. Deze is in een oplage van 12 stuks gedrukt, evenals de plaat waarop het gekras van de Staedler Lumograpf EE waarmee de artiest de tekening op 180 grams katoenpapier maakte, is vastgelegd. Met de hoes in de hand, hoor je dus van begin tot eind hoe de tekening erop door Punnapohb Boonkate gestalte krijgt. Hoes met plaat wordt verkocht in een Londense art gallery en zal niet weinig kosten! Als je bent geïnteresseerd, er zijn zeven verschillende hoezen met platen. Ik probeer één van hoezen te scoren voor mijn eigen phonografisch museum, maar Vermeulen is onvermurwbaar en scheurt het gedeelte met de gegevens van de hoes. Dat mag ik meenemen. En zo hoort het ook, want de opdrachtgever is heilig.

DMM of Laquer

altRinus Hooning, als audio quality manager verantwoordelijk voor het kwaliteit van het geluid dat op de plaat terechtkomt, is aangeschoven. Als audiofiel geweten van de firma zorgt hij ervoor dat de kwaliteit van de aangeboden opname zo goed mogelijk het traject doorloopt van mastering, snijden, de totstandkoming van het eerste negatief en de uiteindelijke persmatrijs. Dit is in één zinnetje snel neergeschreven, maar houdt meer in dan je denkt. Het bronmateriaal dat op een plaat moet komen wordt tegenwoordig meestal aangeleverd op een CD-R in de vorm van files of via internet vanaf een ftp-server. Soms wordt er ook een complete harddisk aangeleverd en sporadisch een analoge tape. In alle gevallen hamer ik op een zo hoog mogelijke resolutie van het origineel, dus liever gesampled op 192 of 96kHz dan op 44.1, aldus Hooning. We blijken nog een gemeenschappelijke kennis  Ger Haly  te hebben in de platenbranche. Hooning, nu oude rot in het vak, heeft de fijne kneepjes ooit bij Bovema van Haly geleerd.

Die ervaring, gecombineerd met huidige nieuwe technieken zoals een pc gestuurd mastering systeem, zorgen ervoor dat het bronmateriaal optimaal wordt voorbereid voor de master. Als er in het aangeleverde materiaal wat mis is, komt dit na analyse van het signaal meteen naar voren. Zo moet Hooning op gezette tijden ingrijpende correctieve mastering toepassen om oneffenheden in het studiomateriaal, bijvoorbeeld een teveel aan lage tonen (afgemixed op te kleine monitorluidsprekers) of een fasefout van 180° recht te breien. Ook doet hij creatieve mastering, het optimaliseren van de aangeleverde opname. Dat dit altijd in nauw overleg met de klant gebeurt is duidelijk. Veel klanten vertrouwen op zijn enorme ervaring en geven hem hierin de vrije hand. Denk nu niet dat de tijd sinds de jaren '80 heeft stilgestaan. De elektronica is helemaal van nu: een Magix Samplitude Pro 10 computer, elektronica van Daniel Weiss, Manley en Pultec. De opnameversterkers zijn, net als de snijkoppen, van Neumann. In geval van snijden op een koperplaat (Direct Metal Mastering) is een vermogen nodig van 800 watt per kanaal. En deze versterkers werken nog in klasse-A ook, wat de Nuon vast erg fijn vindt.

Als we de imposante Neumann snijtafels bekijken zien we twee exemplaren  de VMS80  waar zogenaamde Laquers (een aluminium schijf met een 200¼ dun laagje acetaat erop) op liggen en één  een VMS82  waar een koperen plaat op ligt. Het typenummer geeft het jaar van ontwikkeling aan, 1980 en 1982. Die machines worden elk jaar door Sean Davies (voormalig studiotechnicus van o.a.de Engelse Abbey Road studio's) minutieus geserviced en getuned. Hij is een van de zeer weinigen die deze machines nog helemaal in de vingers heeft. Op mijn vraag welk systeem de voorkeur heeft is Hooning duidelijk. Hij prefereert DMM. Snijden in een lakplaat dempt altijd iets de hogere frequenties. Dit komt door het plastische karakter van het acetaat; de saffieren snijnaald legt alle frequenties perfect vast in de groef, maar die veert meteen iets terug. Dat geeft een wat afgerond karakter aan het geluid. Een eigenschap die door velen overigens wordt gewaardeerd. En hoe minimaal het effect ook is, het is hoor- en meetbaar, zeker tegen het einde van de plaat waar de snijsnelheid een stuk lager is. Met snijden in koper, waarbij een snijnaald van diamant wordt toegepast, is een frequentiebereik van 10Hz tot 30kHz mogelijk, en heb je dit verschijnsel niet. Een persing vanaf een DMM master klinkt altijd iets exacter en frisser.

Op mijn vraag waarom DMM gesneden platen soms een wat mager laag hebben gaat hij genuanceerd in. Ja, dat was een probleempje uit de begintijd en heeft te maken met het feit dat toen de kopersamenstelling nog vrij hard was. En dat gaf een flinke weerstand aan de snijnaald bij lage frequenties en grote amplitudes. Maar nu werken we al jaren met veel zachtere kopersoorten en heb je dat probleem niet meer. Waarschijnlijk gaan we binnenkort zelf onze koperen snijplaten maken met nog zachtere kopers. Met name de dance jongens zijn gek op het hoog van DMM maar willen ook een enorme energie in het laag. Als we daar mee kunnen scoren hebben we een uniek product in handen.

 

Historic Masters

Behalve over het heden praten we ook nog over de begintijd waar ik als verzamelaar van oude grammofoons en 78-toerenplaten erg in ben geïnteresseerd. Er was toen nog geen elektronica, mengpaneel of taperecorder. De artiest stond voor een grote hoorn en zijn instrument of stem zorgde voor de energie waarmee direct werd gesneden in een wasplaat. Hooning vertelt: Een Engelse club, Historic Masters genaamd, kreeg toegang tot de archieven van EMI (begonnen als de Gramophone Company, het latere His Masters Voice) en van Electrola in Duitsland. Zij spoorden originele metalen afdrukken van de wasplaat op van ondermeer Caruso en Melba. Deze opnamen uit 1902 mochten ze lenen en die stuurden ze naar ons. Wij maakten er galvanische 1:1 kopieën van die we vervolgens minutieus schoonmaakten. Vervolgens maakten we daar een persmatrijs van en persten de oeroude opname in vinyl. Als je dat afdraait sta je versteld van de kwaliteit van toen. Je staat al het ware bij de opname. Zo direct en met een enorme power. Onlangs is er een box met zeven 78-toeren vinylplaten platen van Nellie Melba door hen uitgebracht.

Electroplating

We lopen de galvanische afdeling van de perserij in waar hele straten met elektrochemische baden staan. Sommige zijn computergestuurd. Want met het snijden van de master ben je er nog lang niet. Eerst moet er een metalen negatief van de laquer worden gemaakt. Ook hier is er een verschil tussen de methode bij een lacquer en een koperen master. Bij de eerste wordt langs chemische weg een slechts 0,02¼ dik zilverlaagje aangebracht om de plaat geleidend te maken. De plaat gaat vervolgens in een nikkelbad waar door middel van elektrolyse op dit spiegellaagje een 2 millimeter dikke laag nikkel wordt aangebracht. Dat duurt ongeveer 40 minuten en gedurende die tijd gaat er zo'n 250 ampère stroom doorheen! Na het schoonspoelen kan de nikkelplaat van de lakplaat worden gescheiden, waarbij deze verloren gaat. Dit negatief, de zogenaamde 'Vader' is dan de enige drager van de te persen opname en is dus bijzonder waardevol. Je zou met dit negatief kunnen persen, de groef steekt als het ware uit, maar dat gebeurt niet. De schijf gaat nu in een speciaal bad waar hij wordt gepacificeerd (de lading wordt negatief gemaakt). In een volgend bad wordt via elektrolyse op dit negatief wederom een laag nikkel aangebracht die, als hij dik genoeg is, ervan wordt gescheiden. Deze schijf is de 'Moeder'. Via de hiervoor genoemde stappen wordt wederom een negatief gemaakt. Deze wordt 'Zoon' genoemd. De moeder blijft in tact waardoor er meerdere zoons van vervaardigd kunnen worden. En dat is nodig, want de zoon is de matrijs waarmee wordt geperst en die slijt. Bij een koperen master (DMM) is de stap van het zilverlaagje en het maken van de vader en de moeder niet nodig. De master is van zich zelf al geleidend en hiervan kunnen meteen de persmatrijzen worden gemaakt zonder dat de master verloren gaat. Het voordeel is evident, want bij elke galvanische tussenstap nemen de ruis en onnauwkeurigheden in de groef iets toe. Overigens, die persmatrijs weegt zo'n 160 gram. Vervolgens wordt op een speciale machine het spindelgat gecentreerd en de rand netjes afgewerkt. Na een schoonmaaksessie is de persmatrijs dan klaar voor gebruik.

Stoomketels

Alvorens we naar de persen gaan krijg ik eerst een kijkje in een enorme hal (ketelhuis), die wordt gedomineerd door een paar gigantische met gas gestookte stoomketels, warmtewisselaars. Daarnaast bevindt zich de ruimte waar in een hoge silo het vinylgranulaat, dat er uitziet als de bekende Pottertjes, is opgeslagen. De platenpers wordt gevoed door een extruder, een machine die constant bezig is het granulaat om te vormen tot een pasta dat wordt gevormd tot zwarte donuts die net op je hand passen. Dit zijn de zogenaamde broodjes waarvan de platen worden geperst. Even nog een paar cijfers: jaarlijks gaat er zo'n 2½ miljoen kilowatt elektriciteit en 600.000 kuub gas doorheen. Wedden dat de Nuon dit honoreert met een aardige kerstkaart? Aangrenzend bevindt zich een flinke hal met draaibanken en ander technisch materieel. Hier worden in eigen beheer persen gereviseerd en indien nodig omgebouwd naar een ander persformaat. Toeleveringsbedrijven zijn er nauwelijks nog, dus alles moet zelf en met eigen specialistische kennis draaiend worden gehouden. En daar slagen we prima in, zegt Ton Vermeulen strijdlustig. We gaan door tot we de laatste nog functionerende platenperserij ter wereld zijn!

Labelbakkerij

Eindelijk stappen we de perserij zelf binnen. Opvallend is een machine waar aan de lopende band bedrukte platenlabels in verdwijnen en er aan de andere kant weer uitkomen. Dit gaat vrij langzaam. Vermeulen ziet mijn opgetrokken wenkbrauwen en legt uit: Hier worden de labels verhit zodat de laatste resten lijnolie en andere residuen uit de drukinkt worden verwijderd. Hierdoor voorkomen we dat de labels aan de persmatrijs blijven plakken. Wij zijn trouwens ook op het gebied van de vervaardiging van platenhoezen helemaal selfsupporting.

24 Seconden

Dat is de productietijd van een lp. De pers waar we bijstaan is computergestuurd en werkt geheel automatisch. Gaat hij open, dan zien we boven en onder de glimmende persmatrijzen en het persblok waar de stoom en het koelwater doorheengaan. We zien hoe een label met daarop het vinylbroodje en daarop weer een label in de pers gaan, deze sluit zich hydraulisch. Gedurende 10 seconden gaat er stoom met een temperatuur van 180 graden door het persblok. Dan 2 seconden 'sudderen' (stoom onder druk), waarna vervolgens 10 seconden lang koelwater van 25 graden door het blok wordt gejaagd. De pers gaat open en de plaat wordt er volautomatisch uitgewipt waarna het verhaal van voren af aan begint.

De plaat gaat langs een speciale snijdinrichting waar de rand netjes rond en glad wordt gemaakt. De afsnijdsels gaan weer terug voor hergebruik. Vervolgens wordt de plaat machinaal in de binnenhoes gestopt. Tijdens dit hele proces komt er geen mensenhand aan te pas. De  nog warme  platen gaan in een bak en worden om de vijf stuks door een metalen spacer van 300 gram gescheiden voor extra koeling en om kromtrekken te voorkomen. Via een transportsysteem gaan ze naar de collator, een robotgestuurde opslagruimte waar ze minimaal 3 uur blijven voor de cooling down. Na deze tijd is het vinyl uitgehard en volledig stabiel.

De collator heeft een uiterst belangrijke functie want hier komen alle producten van de 33 persen via een ingenieus transportbandensysteem samen. Een computer weet exact waar en hoeveel van welke plaat zich bevindt. Vanuit de collator gaan de platen in de kleurige omhoes waarna ze in dozen worden verpakt, klaar voor verzending. Ondanks het feit dat het productieproces de afgelopen jaren in principe nauwelijks is veranderd straalt de productieplant van Record Industry een hoog High Tec niveau uit. Belangrijk, als je nog tot ver in de 21e eeuw zwart goud wil blijven persen.

 

Meer online